
Wat lees je in dit artikel over veilig werken met gevaarlijke stoffen?
Wat zijn gevaarlijke stoffen?
Welke regels gelden er voor veilig werken met gevaarlijke stoffen?
Is een RI&E verplicht bij gevaarlijke stoffen?
Wat zijn de risico’s van werken met gevaarlijke stoffen?
Wat is de arbeidshygiënische strategie (STOP)?
Wat is het grenswaardestelsel bij gevaarlijke stoffen?
In welke branches komen gevaarlijke stoffen het meest voor?
Hoe herken je gevaarlijke stoffen en wat is een veiligheidsinformatieblad?
Veelgestelde vragen
Welke regels gelden er voor veilig werken met gevaarlijke stoffen?
De basis ligt in de Arbowet, die is uitgewerkt in het Arbobesluit en de Arboregeling. Deze regelgeving verplicht je als werkgever om de gezondheid en veiligheid van je medewerkers te waarborgen, en dat geldt nadrukkelijk ook voor blootstelling aan gevaarlijke stoffen.
Je krijgt als bedrijf ook te maken met de Europese REACH-verordening, die eisen stelt aan de registratie, beoordeling en autorisatie van chemische stoffen. Leveranciers zijn hierdoor verplicht om jou te informeren over de stoffen die ze leveren, onder meer via een veiligheidsinformatieblad.
Kort samengevat kom je bij gevaarlijke stoffen altijd twee lagen tegen: de arbeidsveiligheidskant (Arbowet/Arbobesluit, gericht op je werknemers) en de productkant (REACH, gericht op de stof zelf). Beide moeten kloppen voordat je met een stof aan de slag gaat.
Wat zijn de risico’s van werken met gevaarlijke stoffen?
De gezondheidsrisico’s lopen uiteen van kortdurende irritatie tot ernstige, onomkeerbare schade. Bij acute blootstelling zie je effecten als huidirritatie, ademhalingsklachten of vergiftiging. Bij langdurige, lage blootstelling ontstaat schade vaak sluipend: longaandoeningen, allergieën, en bij CMR-stoffen op termijn kanker of vruchtbaarheidsproblemen.
De omvang van het probleem is aanzienlijk. Ruim één miljoen werknemers in Nederland komen tijdens hun werk in aanraking met gevaarlijke stoffen. Jaarlijks overlijden naar schatting 3.000 mensen als gevolg van blootstelling aan gevaarlijke stoffen op het werk en gaan hierdoor ruim 100.000 gezonde levensjaren verloren (bron: Nederlandse Arbeidsinspectie). Dat de gevolgen vaak pas veel later zichtbaar worden, maakt het risico extra lastig. Van de mensen die overlijden als gevolg van blootstelling aan gevaarlijke stoffen op het werk is 80% al met pensioen. De blootstelling kan dus tientallen jaren eerder hebben plaatsgevonden.
Gevaarlijke stoffen zijn bovendien zeker niet alleen een risico in de zware industrie. Meer dan 100.000 Nederlandse bedrijven werken met gevaarlijke stoffen. Het kan gaan om producten zoals verf, lijm, inkt en schoonmaakmiddelen, maar ook om stoffen die tijdens het werk ontstaan, zoals lasrook, houtstof, kwartsstof en dieselmotoremissie.
En juist bij het beheersen van die risico’s gaat het nog vaak mis. Uit het meest recente onderzoek Arbo in Bedrijf 2024–2025 van de Nederlandse Arbeidsinspectie blijkt dat bij 45% van de bedrijven die met één of meer gevaarlijke stoffen werken geen of onvoldoende maatregelen worden genomen om de risico’s te beheersen. Daarnaast heeft 32% van alle Nederlandse bedrijven geen RI&E. Van de bedrijven die wel een RI&E hebben, is ongeveer een derde daarvan onvoldoende.
De omvang van het risico verschilt per situatie, maar de verplichting om het risico te beoordelen niet. Werkgevers moeten daarom weten welke gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of tijdens het werk ontstaan, wat de eigenschappen en gevaren daarvan zijn en in welke mate medewerkers eraan kunnen worden blootgesteld.
Wat is de arbeidshygiënische strategie (STOP)?
Zodra je een risico hebt vastgesteld, schrijft het Arbobesluit (artikel 4.4) voor in welke volgorde je maatregelen moet overwegen: de arbeidshygiënische strategie, ook wel het STOP-principe genoemd. Je mag pas naar een lagere trede als een hogere trede niet haalbaar is.
| Stap | Wat het inhoudt | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Substitutie | Vervang de gevaarlijke stof door een veiliger alternatief | Een oplosmiddelhoudende reiniger vervangen door een waterbasis-variant |
| Technische maatregelen | Beperk blootstelling met techniek, bij de bron | Afzuiging direct bij de lasplek plaatsen |
| Organisatorische maatregelen | Beperk wie, hoelang en hoe vaak wordt blootgesteld | Taakroulatie, kortere blootstellingstijd, aparte werkruimte |
| Persoonlijke beschermingsmiddelen | Laatste trede: bescherm het individu | Adembescherming, handschoenen, beschermende kleding |
Veel bedrijven starten meteen bij PBM, omdat dat het snelst te regelen lijkt. De strategie draait dat bewust om: eerst kijken of de stof helemaal weg kan, pas daarna beschermen. Dat is niet alleen de wettelijke volgorde, het is ook de volgorde die op de lange termijn het meeste risico wegneemt.
Wat is het grenswaardestelsel bij gevaarlijke stoffen?
Om te bepalen of blootstelling nog veilig is, werk je met grenswaarden: de maximale concentratie van een stof waaraan een werknemer mag worden blootgesteld. Er zijn twee varianten: de TGG-8u (tijdgewogen gemiddelde over een werkdag van 8 uur) en de TGG-15min (voor kortstondige piekblootstelling, waar een gemiddelde over de hele dag het risico zou onderschatten). Op de webiste van de SER kun je grenswaarden opzoeken
Voor lang niet alle stoffen bestaat een wettelijke grenswaarde. Is die er niet, dan ben je als werkgever zelf verplicht om er een vast te stellen op basis van de beschikbare gezondheidskundige informatie over de stof. Je mag dit dus niet overslaan met het argument dat de wet er niets over zegt: de verplichting blijft staan.
In welke branches komen gevaarlijke stoffen het meest voor?
Sommige sectoren lopen hier vaker tegenaan dan andere, al is de lijst breder dan je misschien denkt:
- Bouw en installatietechniek: verf, lijm, kwartsstof, lasrook.
- Industrie en techniek: procesgassen, oplosmiddelen, smeermiddelen.
- Laboratoria: chemicaliën in wisselende concentraties en combinaties.
- Schoonmaak en horeca: reinigingsmiddelen, ontkalkers, desinfectiemiddelen.
- Garages en autobranche: lasrook, remmenreiniger, accuzuur.
Dit is een indicatie, geen uitputtende lijst: elke branche heeft eigen aandachtspunten en die bepaal je uiteindelijk zelf via je RI&E, niet via een algemene branchelijst.
Hoe herken je gevaarlijke stoffen en wat is een veiligheidsinformatieblad?
Gevaarlijke stoffen zijn te herkennen aan de gevarenpictogrammen op de verpakking: de bekende rode ruit met zwart symbool, bijvoorbeeld voor brandbaar, bijtend of giftig. Deze pictogrammen zijn Europees gestandaardiseerd, dus je herkent ze overal hetzelfde.
Bij elke stof die je van een leverancier afneemt, hoort een veiligheidsinformatieblad (VIB). Hierin staat wat de stof precies is, welke risico’s eraan kleven, hoe je ‘m veilig opslaat en welke maatregelen je bij blootstelling of een incident moet nemen. Bewaar dit document: bij een controle of incident is dit vaak het eerste dat wordt opgevraagd.
Weet je niet zeker of je alle stoffen in je bedrijf op deze manier hebt vastgelegd? Dat is precies het soort gat dat we tegenkomen bij een RI&E-checklist of tijdens een gratis adviesgesprek.
Veelgestelde vragen
Is een RI&E verplicht als ik met gevaarlijke stoffen werk?
Ja. Je bent verplicht om de risico’s van gevaarlijke stoffen op te nemen in je RI&E, inclusief de maatregelen die je neemt om blootstelling te voorkomen.
Wat zijn CMR-stoffen?
Stoffen die carcinogeen (kankerverwekkend), mutageen (DNA-beschadigend) of reprotoxisch (schadelijk voor de voortplanting) zijn. Hiervoor gelden strengere eisen dan voor gewone gevaarlijke stoffen.
Wat is het verschil tussen een grenswaarde en een MAC-waarde?
MAC-waarde is de oude term; tegenwoordig spreken we van grenswaarde. De invulling (TGG-8u en TGG-15min) is hetzelfde gebleven.
Wie is verantwoordelijk voor veilig werken met gevaarlijke stoffen: werkgever of werknemer?
De werkgever is wettelijk verantwoordelijk voor de risicobeoordeling en de te nemen maatregelen. De werknemer is verplicht om de voorgeschreven maatregelen, zoals PBM, ook daadwerkelijk te gebruiken.
Moet ik een veiligheidsinformatieblad altijd bewaren?
Ja. Voor iedere gevaarlijke stof of product waarvoor een veiligheidsinformatieblad (VIB) is verstrekt, moet de actuele versie beschikbaar zijn voor medewerkers die ermee werken. Het VIB bevat belangrijke informatie over de gevaren, veilig gebruik, opslag, persoonlijke beschermingsmiddelen en maatregelen bij incidenten. Ook als je de stof niet meer gebruikt. Volgens REACH moet relevante informatie over een gevaarlijke stof of mengsel ten minste 10 jaar na het laatste gebruik worden bewaard.
Lees meer over gevaarlijke stoffen






